Beweidingssysteem en seizoen bepalend voor zodedichtheid_Amazing Grazing

Nieuws

Beweidingssysteem en seizoen bepalend voor zodedichtheid

Gepubliceerd op
28 september 2017

Onderzoek op Dairy Campus en KTC Zegveld, in het kader van Amazing en PPS Ruwvoer en Bodem, laat zien dat de zodedichtheid hoger is bij roterend standweiden en kurzrasen in vergelijking met stripgrazen. Bovendien wisselt de zodedichtheid sterk over het seizoen, waarbij de variatie het grootst is bij stripgrazen.

Zodedichtheid is belangrijk voor een goede draagkracht, een goede productiecapaciteit en het voorkomen van ongewenste soorten in de zode.

Beweidingssysteem en zodedichtheid

Op zowel Dairy Campus als KTC Zegveld was de zodedichtheid duidelijk lager bij stripgrazen vergeleken met standweiden (DC) of kurzrasen (ZV) (Figuur 1). De gemiddelde bedekking door gras op grondniveau op Dairy Campus was 74% voor standweiden en 62% voor stripgrazen, op KTC Zegveld was dit 79% voor kurzrasen en 65% voor stripgrazen. Dit komt overeen met de verwachting: bij kurzrasen en standweiden is het gras minder hoog dan bij stripgrazen en is er dus minder schaduwwerking. Dit heeft een positief effect op de uitstoeling.

Figuur 1. Het effect van beweidingssysteem (standweiden, kurzrasen en stripgrazen) op de zodedichtheid (het % bedekking door gras op grondniveau) gemeten in maart, mei en september 2017 op Dairy Campus en KTC Zegveld.
Figuur 1. Het effect van beweidingssysteem (standweiden, kurzrasen en stripgrazen) op de zodedichtheid (het % bedekking door gras op grondniveau) gemeten in maart, mei en september 2017 op Dairy Campus en KTC Zegveld.

Het effect van beweidingssysteem op zodedichtheid is een langere termijneffect, en is het resultaat van het graslandgebruik in het vorige seizoen. Op Dairy Campus was er in het voorjaar en vroege zomer van 2016 (na start van de proef in april 2016) niet of nauwelijks verschil in zodedichtheid tussen de twee beweidingssystemen.

Variatie in zodedichtheid over het groeiseizoen

Er was ook aanzienlijke variatie in zodedichtheid over het groeiseizoen. Aan het begin van het groeiseizoen, in maart, was de gemiddelde bedekking op grondniveau 79%, deze zakte tot 59% in mei en klom daarna weer op tot 72% in september. De afname in zodedichtheid in mei ten opzichte van maart is gerelateerd aan de generatieve groei, waarbij relatief meer energie gaat naar de vorming van stengels en bloeiwijzen dan naar uitstoeling. Bovendien is de grashoogte relatief hoog in deze periode, met name voor stripgrazen, wat ook weer leidt tot meer schaduwwerking. In september was de zodedichtheid weer op het niveau van maart voor Dairy Campus. Op KTC Zegveld leek het herstel minder snel.

Figuur 2. Hogere zodedichtheid onder roterend standweiden (links) vergeleken met stripgrazen (rechts) op Dairy Campus in september 2017
Figuur 2. Hogere zodedichtheid onder roterend standweiden (links) vergeleken met stripgrazen (rechts) op Dairy Campus in september 2017

Zodedichtheid meten

De zodedichtheid is gemeten met de point quadrat methode. Bij deze methode worden tien spaken met 10 cm afstand in de grond geprikt en wordt op grondniveau gekeken of de spaken kale grond raken of de basis van een grasspruit. Deze meting is twintig keer herhaald voor elk systeem en gebruikt om het percentage bedekking door gras op grondniveau te berekenen.

Uitvoering

Dit onderzoek op Zegveld en op de Dairy Campus is uitgevoerd door KTC Zegveld, Dairy Campus, Louis Bolk Instituut en Wageningen Livestock Research in het kader van de projecten Amazing Grazing en de PPS Ruwvoerproductie en Bodemmanagement.